Ik was vanaf eind januari tot eind juli 2016 weer langdurig op pad. Vorige keer had ik mijn vrije periode voor de helft besteed aan vrijwilligerswerk in Bolivia met daaromheen nog wat rondreizen in de buurt en daarna in de Pyreneeën de GR11 gelopen. Deze keer was het uitsluitend wandelen, een lange trektocht in mijn eentje, met rugzak en tentje! De route was de GR7, van het zuidelijkste puntje van Europa naar mijn geliefde Pyreneeën. Het was meer dan 2000 kilometer.

Dit weblog heb ik eerder gebruikt voor mijn eerste sabbatical in 2008. Tijdens de wandeling van 2016 heb ik opnieuw op deze plek verslag gedaan van mijn belevenissen, indrukken en ervaringen. Voor een chronologische volgorde moeten de berichten van achter naar voren gelezen worden. Voor de start van mijn tocht in 2016 verwijs ik naar de meest recente maand januari in het blogarchief.



woensdag 27 juli 2016

De bonusdagen

Het was nog een heerlijk cadeautje voor mezelf: lekker nagenieten in de Pyreneeën zonder iets te hoeven. Het ging me om het zijn in de bergen; hoogtemeters en kilometers niet van belang. Een paar nachten op 2200-2300 meter waren, méér dan de wandelingen daartussen, genoeg om mijn GR7 een mooie afloop te geven. Lekker rustig, urenlang genieten van de omgeving, paarden en koeien of het geluid van een riviertje.

Bij Refugi Malniu:











Minder romantisch waren de twee onweersbuien op 22 juli met totaal 4 uur van donder en bliksem, hagel en regen, veel regen! Mijn dappere ZPacks Hexamid  hield zich goed, maar na de tweede onweersbui vroeg in de avond vond ik het wel genoeg. Ik stond vlakbij Refugi Malniu waar je met de auto kan komen, besefte ik. Het idee om in de refugio te overnachten heb ik snel laten varen, na kort de benauwde atmosfeer ingeademd te hebben. Ik hou gewoon niet van berghutten. Voor mij zit er weinig tusssen mijn eigen tentje of een hotelkamer. Alleen een nachtje in een cabana (herdershutje) of refugio libre is een heerlijk alternatief, zolang er verder niemand is. Maar nu had ik er wel een flinke duit voor over om met een taxi naar Puigcerdà in het dal te zakken. Het was nog een prachtige tocht bij de bijna ondergaande zon, ook met een chauffeur die veel over de regio wist te vertellen. Op mijn kleine hotelkamertje was het net een uitdragerij met de natte tentdelen die ik had opgehangen. 












De   volgende dag was ik voor de hervatting in slechts anderhalf uur bussen terug in Andorra.  Ik heb daarna een heerlijke hamburger verorberd en een nieuwe batterij voor mijn telefoon gekocht. Zondag om 11 uur was ik weer aan de wandel, nadat ik met de bus naar Naturlandia (pretpark gericht op bergennatuur) direct weer op 2000 meter zat. Via Pic Negre ben ik naar Refugi Claror gelopen. Leuk om bij de start nog even een stukje Andorra Triatlon mee te maken (gelukkig maar een klein stukje van de route die ik wilde gaan doen).
Ik heb 's avonds ook even gesproken met een vaquero (zeg maar cowboy - niet te paard, hij kwam op zijn motor naar de kudde kijken)over koeien, de bergen en Andorra. En later op de avond met een ultraloper die 's avonds om 20 uur nog even een rondje deed met zijn 8 maanden oude leuke hond.
De volgende dag heb ik nog een mooie wandeling gemaakt naar de Valle de Madriu om daar voor het laatst mijn tent op te zetten.








Bij Refugi Claror:















In  de Valle de Madriu:










En  zo had ik in mijn laatste dagen een leuke variatie van bergen en civilisatie. Na mijn laatste paradijselijke plekje maandagavond in de Vall de Madriu vond ik het genoeg en heb ik dinsdag met een snelle afdaling van 1200 meter definitief de bergen verlaten. Voor dit jaar dan. I'll be back! Ik heb al met een schuin oog naar de GRP van Andorra gekeken.

En nu is het klaar met een half jaar handwasjes en leven uit de rugzak. En in Barcelona kon ik niet nalaten een goed Chinees restaurant op te zoeken. Morgen naar huis. Terug naar het gewone leven!

zondag 17 juli 2016

Van bergwandelaar tot landloper

Na  afloop van de GR7 is de voor de hand liggende vraag of ik achteraf blij was met mijn keuze voor juist deze route. Tenslotte kun je een half jaar wandelen ook vullen met bijvoorbeeld de Pacific Crest Trail of de Te Araora. Zeker had ik in het begin wat twijfels bij het karakter van deze route, die minder uitdagend was dan bijvoorbeeld een GR11, meer in de bewoonde wereld bleef en zeker in de eerste helft van Andalusië veel asfalt kende. Daartegenover merkte ik vorige week dat mijn hart sprongetjes maakte bij het vooruitzicht van la alta montaña.

Inderdaad is de omgeving van de hoge Pyreneeën er één waar ik pas écht gelukkig van word. En Andorra was ook echt de kers op de taart. Niet voor niets heb ik voor de richting zuid-noord gekozen, op weg naar het allerhoogste, terwijl de meesten die de gehele Iberische GR7 lopen, in omgekeerde richting lijken te gaan.

Maar ik heb waanzinnig genoten van mijn tijd als landloper door alles wat Spanje vormt, qua landschappen, dorpjes, cultuur en mensen. Veel meer dan in de bergen neem je op de GR7 het land tot je in al zijn facetten. Ik heb door delen van Spanje gelopen die eerder voor mij totaal onbekend waren: de uitgesterkte fruitplantages van Murcia bijvoorbeeld en de graanvelden van Catalonië. En ik heb Valencia in mijn hart gesloten met zoveel landschappelijk en cultuurschoon en de route over voornamelijk onverharde paden. Bovenal kijk ik met veel warmte terug naar de vele contacten die ik onderweg met mensen had.

Ik denk niet dat ik nog eens eenzelfde soort route zou kiezen, maar ik voel mij heel erg gelukkig met wat ik in het afgelopen half jaar heb mogen meemaken als landloper.

zaterdag 16 juli 2016

Klaar!


Zaterdagochtend werden we om 7 uur gewekt door de zon. Het was een lekker idee dat we hooguit nog anderhalf uur op ons gemak naar Porta konden wandelen. Geen haast dus. Ik wilde genieten van de laatste ochtend op de GR7.






Om 12.00 uur waren we in Porta. Geen fanfare, geen champagne, maar ik had Rob!
Ik had zelf nog alle tijd en zelfs nog weken over, maar met Robs werk en agenda was het nog een kunstje om het zo uit te kienen dat het ook echt ging lukken om samen te lopen in de grote apotheose, Andorra.

Ik heb ruim 2000 kilometer GR7 volbracht. Die heb ik in mijn eentje gelopen en had dat ook niet anders gewild. Maar hoe fantastisch is het om de eerste en de laatste kilometers van de tocht de allerliefste van de wereld aan je zijde te hebben...!


Adéu Andorra




De volgende ochtend was alle bewolking opgelost en startten we de dag op een koude, maar zonnige kampeerplek. We konden de hele Circ dels Pessons om ons heen weer zien. 's Nachts had het een paar graden gevroren en er stond ijs in onze waterflessen, maar met de zon was het al snel heerlijk en konden bij het ontbijt alle extra kledinglagen uit. 











We vervolgden onze weg langs de meertjes en tot onze verrassing zagen we na een uur bij Grau Roig een bar-restaurant vlak aan de route. We hebben onszelf daar verwend met wat lekkere stadse dingen als een broodje kaas, een blikje cola en cortados.







Daarna begon de klim van de dag die eindigde net onder de top van de Pic d'Engaït (2776 m). 






We hadden al gezien dat de afdaling naar de Portella Blanca d'Andorra, die we zagen liggen, eerst langs de steile helling van de Engaït liep. Ik heb blijkbaar toch een beetje hoogtevrees en ben dan ook een beetje nerveus. Ik kreeg de eindfase van mijn GR7 niet cadeau. Dus hebben we onze benen eerst maar even rust gegeven (en ondertussen mijn moeder gebeld!) voor we verder gingen. Met geconcenteerde voorzichtige stapjes dus.




Gelukkig komt aan al het enge een eind en na een tijdje konden we weer normaal lopen. Om 15.40 uur stonden we op de grens van Andorra met Frankrijk. De laatste hoge mijlpaal voor mij. En afscheid van het allermooiste stuk GR7, dat in Andorra. En gepast in het Catalaans was het dus Adéu!





Wat restte was een geleidelijke en relatief gemakkelijke afdaling van 10 kilometer naar Porta (F), mijn zelfgekozen eindpunt voor mijn GR7, dat ook voor veel andere lopers van de integrale Spaanse GR7 begin- of eindpunt is. Zover zouden we die dag niet lopen.






Geheel volgens plan hebben we een mooie kampeerplek gezocht in de vallei van Campcardós die ons de volgende en laatste GR7-dag nog maar een korte wandeling naar Portá zou opleveren.

En die vonden we, vlak voor Cabane Campcardós, aan het riviertje, waar we lekker konden badderen en opdrogen in de zon.





We schrokken wel toen de koeien die we hogerop hadden gezien, hadden besloten hun avondmaaltijd bij onze tent bij elkaar te grazen. De Leiderschapstraining die Rob in 2015 bij De Baak had gevolgd, kwam ook hier van pas. Waar ik met de ervaring op de Portella de Baiau in 2008 met het slaan op mijn metalen mok de koeien in ieder geval tot stilstand bracht vlak voor onze tent, kwam het betere werk van Rob. Na ons eigen vriesdroog-avondeten dirigeerde hij met rustige maar besliste stem alle koeien een eindje van ons vandaan. Ik heb me rot gelachen: gedwee sjokten ze alle twintig naar een hoger gelegen weide! Alleen al daarom was het fijn dat ik Rob bij me had!

Naar het hoogste punt op mijn GR7

De volgende dag wilden we vlak voor het skigebied van Grau Roig uitkomen. We gingen verder en hoger in de Vall de Madriu en hadden een kleine 600 meter te stijgen, met daarna een afdaling. Een makkie vergeleken met de dag ervoor leek het.


Bij Refugi d'Illa, jarenlang een onbemande hut met 60 plaatsen, werd volop gebouwd. De plannen zijn ambitieus: 50 kamers op de etage en een restaurant. En dat allemaal op een plek die alleen te voet bereikbaar is. Wij vonden het prachtig om te zien hoe de bouwmaterialen steeds per helikopter werden aangevoerd.














De klim na deze refugi tot de Portella de Pessons was pittig, maar ging prima. Na een stukje dat min of meer op dezelfde hoogte lag als de Crestes dels Pessons, kwamen we bij het hoogste punt op de GR7 voor mij, op 2830 meter. Natuurlijk heeft Rob dit historische feit vastgelegd, met achter mij de meertjes waar wij langs zouden gaan lopen.

Het venijn kwam in de afdaling direct erna. Een steil zanderig pad maakte dat wij in het eerste stuk als twee oude besjes voetje voor voetje naar beneden gingen. Later, vanaf beneden gezien, konden we ons zelfs niet voorstellen dat je op dat stuk zelfs maar kon lopen. En dat terwijl daar de volgende dag in het donker de renners van de Andorra Ultra Trail langs moesten. Gelukkig duurde het enge stuk niet lang en konden we stenenhoppend de afdaling vervolgen. Wij hebben genoten van de enorme hoeveelheid Azalea's die ons pad begeleidde.








De wolken die al boven Grau Roig te zien waren trokken verder de Circ in en dat maakte dat wij eerder dan gepland besloten kamp te gaan maken, aan Estany de les Fonts. Het was koud en ondanks de bloedmooie plek lagen we er vroeg in.







Vall de Madriu

We werden niet teleurgesteld. Het weer was prachtig en de vallei van de Riu Madriu behoort niet voor niets tot het UNESCO-werelderfgoed. Het is een van de prachtigste landschappen in de Pyreneeën. En Rob, die dacht dat de John Muir Trail toch wel echt het summum was, heeft ook waanzinnig genoten van al het moois en begrijpt waarom ik zo gek ben op de Pyreneeën.

De eerste dag zijn we ook veel verder gevorderd dan we hadden durven hopen na de voor Rob energie-slurpende klim in de hitte vanuit La Seu d'Urgell. Het ging gewoon als een trein en we hebben 1200 hoogtemeters gemaakt.
Voor de nacht hebben we ons onderkomen gevonden in een soort herdersschuur temidden van sensationele bergtoppen. Net voorbij Refugi Riu dels Orris op circa 2250 meter. Ondanks temperatuur en wind hebben we ons in het riviertje gewassen en in de zon laten opdrogen. Gegeten hebben we op een grote steen. De nacht was koud met rijp op Robs slaapzak, maar met het ontbijt in de ochtendzon was dat weer vergeten.