Ik ben dit blog ooit begonnen bij mijn eerste sabbatical in 2008 (Bolivia, Peru en GR11) en heb hier ook verslag gedaan van de 2000 km GR7 (2016). Voor de talloze kleinere tochten van 1-4 weken die ik jaarlijks doe, heb ik niets vastgelegd, en helaas ook niet van de bijzondere als de JMT en een stukje PCT. Ik gebruik dit weblog nu als ik de tocht de moeite vind. Recent was dat voor de Camí de Cavalls op Menorca (2024) en de laatste 650 km van de GR10, die van Valencia naar Lissabon (2025). Vanaf januari 2026 staat de GR1 op het programma: van Sant Martí de Empúries aan de Middellandse Zee naar Puerto de Tarna in de Picos de Europa.

zaterdag 21 maart 2026

Relaxt in twee dagen naar Nocito

Gelukkig kon het ook weer eens makkelijk. Ik ging in twee dagen van Rodellar naar Nocito en dat was erg relaxt. Beide dagen waren om verschillende redenen ook prachtig.





















De eerste dag begon ik vanuit Rodellar af te zakken naar de Rio Mascún. Dan zit je al in de kloof. Voor het eerst trof ik mensen op mijn pad, maar ik zat dan ook nog dicht bij het toeristische Rodellar. Ik moest meteen het riviertje over, waarbij mijn schoenen uit moesten. Daarna kon ik een paar keer stenen hoppen naar de overkant en de laatste keer koos ik ervoor over een rots te klauteren. Alles behalve weer schoenen wisselen!  

Het is een bijzonder landschap, midden in de kloof. Tussen de wanden ging het daarna over een prima rotspad zigzag omhoog. Er lag een verongelukt klein geitje dat nog niet had begrepen dat ie niet te dicht bij de rand mocht komen.

























Eenmaal weer in een landschap met uitzicht en voorbij de prehistorische dolmen, was het wandelpad ook een glooiend makkie. Bij het kerkje van het verlaten dorp Nasarre heb ik gepauzeerd met uitzicht op de besneeuwde Pyreneeën. Op het kerkhof lag sinds 1962 Roman Laliena Monclus begraven.























De afdaling naar Bara zou ik afsluiten met het oversteken van een volgend riviertje. Helaas ging het daar even mis: ik gleed uit op de gladde oeverstenen. Niets ergs, behalve wat nattigheid en wat modder op mijn rugzak. Na een korte droogpauze liep ik nog een laatste stukje naar mijn beoogde slaapplek, bij de Barranco del Cardito en het gelijknamige riviertje. Erg mooi! En nog genoeg zon om mijn sokken te drogen. Ik heb zo lang mogelijk van de zon geprofiteerd door steeds iets hoger te gaan zitten, maar om half zeven was het op. Het begin van een lange koude nacht.











De tweede dag ging naar Nocito. Ik verheugde me op een mooi en levendig piepklein dorpje mèt restaurant en logies. Maar eerst moest ik uit mijn tent, ontbijten en opbreken. Het had wederom flink gevroren en deze keer had ik er ook rommelig van geslapen. Bij de onrustige wakker-momenten heb ik wel genoten van de ongelooflijke sterrenhemel, van de roep van de bosuil en van de fluitende vogeltjes in de vroege ochtendschemer. Gelukkig kwam de zon al om acht uur (eindelijk!), maar omdat ik naast een naaldbos(je) stond bleef het een smalle strook. Mijn tent had een laag rijp die dus niet vanzelf verdampte en die ik probeerde af te schudden ten koste van pijnlijke handen van de kou.




































De wandeling naar Nocito ging door een prachtig bos, beginnend bij de oversteek van het riviertje en langs de waterval Salto de Cardito. Veel op en neer en langs (bijna) verlaten dorpjes Used en Bentué de Nocito. Bij de Santuario de San Urbez had ik pauze voordat ik naar Nocito afdaalde. 












Daar kon ik bij restaurant Ortas Albas meteen aanschuiven voor het middagmaal. En daarna naar mijn kamer, om te douchen en mijn natte tentspullen uit te hangen. Fris en schoon heb ik mezelf nog getrakteerd op een cortado en genoten van het uitzicht op de Peña Guara. Morgen rustdag!



donderdag 19 maart 2026

Rodellar

Ik had in Rodellar een rustdag ingepland, maar het werden er twee. Dat kon ik fysiek gebruiken en daarnaast was het vandaag koud en bewolkt. Geen dag om weer op pad te gaan als je toch al niet staat te springen. 



Rodellar is een klein gehucht (54 inwoners) aan het eind van de vallei met dezelfde naam en is geliefd bij klimmers en liefhebbers van canyoning. Er is dan ook relatief veel logies, al is het meeste nog gesloten.







Ik zit in een klein complex met huisjes waar gelukkig de bar en het restaurant onverwacht open gingen. Dus ik kon koffiedrinken en wat eten. En verder bijvoorbeeld de Oscars inhalen, het vervolg organiseren en  gewoon lummelen. Heerlijk. En tegelijk mentaal heel vervreemdend. Lopen bikkelen lijkt zo ver weg. Maar als morgen de zon schijnt gaat het vast weer vanzelf.

dinsdag 17 maart 2026

P.N. Sierra y Cañones de Guara

Het had een paar graden gevroren vannacht. Dus bleef ik net zo lang in mijn tent liggen tot de zon erop scheen. Dat maakte wel dat ik pas na elven weg ging. 
























De wandeling van vandaag was erg mooi, maar zwaar. Hat begon met de klim naar het verlaten dorp Bagüeste. Daarna kon ik weer afzakken naar Letosa, waar het doorwaden van riviertje Mascún maakte dat ik meteen maar (opdroog)pauze nam. 

Het Parque Natural heet niet voor niets P.N. Sierra y Cañones de Guara, omdat het gebied heel veel imposante rivierkloven kent. Voor mij was het vandaag de kloof van de Rio Mascún. Na de pauze volgde ik deze kloof naar eindpunt Rodellar, vanaf het rivierniveau vlakbij Letosa tot langdurig op en neer hoog boven de kloof.




























Het viel me zwaar, vooral door het terrein. Nog nooit zoveel steil rotspad met losliggende stenen voor mijn kiezen gehad. Vooral de afdaling op het eind was echt een straf. Uiteindelijk was ik pas om 18 uur op bestemming, een appartementje in Rodellar. Vooral mijn voeten zijn blij dat ze een rustdag hebben!

maandag 16 maart 2026

Buiten slapen aan Rio Balcez

Van Paúles de Sarsa naar Rodellar moest ik in twee dagen doen. En dus slaap ik vanavond in mijn tent, aan de Rio Balcez. 

Ik begon met een klim naar net onder de Peña Sutra. Daarna flink afdalen en weer klimmen en afdalen naar Las Bellostas, een bijna verlaten dorp. Eerst heb ik daar energie verzameld op het bankje van de kerk en toen moest ik nog even afzakken naar de rivier. Er zat ook echt niet meer in vandaag en mijn benen waren leeg. 












































Het was bijna zomers warm vandaag en dus durfde ik na aankomst zelfs even snel te wassen in de ijskoude rivier en kon ik nog relatief lang buiten blijven. Om half zeven werd het koud, tien graden. Dus ik duik erin. Ik heb geen vlakke tentplek gevonden, maar daar vinden we zo wel wat op.





zondag 15 maart 2026

Stormachtige wandeldag

Het was voorspeld en het kwam uit. Waarschuwing met code oranje voor harde tot stormachtige noordenwind en vlagen met stormkracht. En dat bij een stralend zonnige dag.

In het begin werd ik een keer even twee meter opzij geduwd, en regelmatig kwam mijn voetstap niet precies waar ik hem dacht te zetten. Maar mijn geluk was dat ik veel door het bos ging. Dan heb je alleen kans op een afbrekende tak op je harses. Verder was het vooral het onrustige en onheilspellende geluid van die wind. Voor mijn eerste pauze had ik een superbeschutte plek bij de kerk van Castejon de Sorbrarbe, terwijl het om me heen loeide.












Bijna op het eind in een open gebied vlak voor Arcusa werd ik langdurig zodanig van mijn sokken geblazen dat ik echt dacht dat ik niet overeind kon blijven. Maar de wind zakte daarna en ik ben heelhuids Paúles de Sarsa gekomen.








































































zaterdag 14 maart 2026

Aínsa

Ik heb mezelf getrakteerd op twee vrije dagen in het vlakbij de GR1 gelegen Aínsa. Dat was vanwege de kans op regen op vrijdag en zaterdag en om weer even uit te rusten. Dat kon in een fijn en mooi ingericht appartement van Dos Rios. 

Ik heb de prachtige historische kern van Aínsa verkend en nieuwe wandelsokken gekocht. En natuurlijk koffie gedronken en na drie dagen weer eens iets gegeten dat me smaakte. Dat vat het zo'n beetje samen.