Gelukkig kon het ook weer eens makkelijk. Ik ging in twee dagen van Rodellar naar Nocito en dat was erg relaxt. Beide dagen waren om verschillende redenen ook prachtig.
De eerste dag begon ik vanuit Rodellar af te zakken naar de Rio Mascún. Dan zit je al in de kloof. Voor het eerst trof ik mensen op mijn pad, maar ik zat dan ook nog dicht bij het toeristische Rodellar. Ik moest meteen het riviertje over, waarbij mijn schoenen uit moesten. Daarna kon ik een paar keer stenen hoppen naar de overkant en de laatste keer koos ik ervoor over een rots te klauteren. Alles behalve weer schoenen wisselen!
Het is een bijzonder landschap, midden in de kloof. Tussen de wanden ging het daarna over een prima rotspad zigzag omhoog. Er lag een verongelukt klein geitje dat nog niet had begrepen dat ie niet te dicht bij de rand mocht komen.
Eenmaal weer in een landschap met uitzicht en voorbij de prehistorische dolmen, was het wandelpad ook een glooiend makkie. Bij het kerkje van het verlaten dorp Nasarre heb ik gepauzeerd met uitzicht op de besneeuwde Pyreneeën. Op het kerkhof lag sinds 1962 Roman Laliena Monclus begraven.
De afdaling naar Bara zou ik afsluiten met het oversteken van een volgend riviertje. Helaas ging het daar even mis: ik gleed uit op de gladde oeverstenen. Niets ergs, behalve wat nattigheid en wat modder op mijn rugzak. Na een korte droogpauze liep ik nog een laatste stukje naar mijn beoogde slaapplek, bij de Barranco del Cardito en het gelijknamige riviertje. Erg mooi! En nog genoeg zon om mijn sokken te drogen. Ik heb zo lang mogelijk van de zon geprofiteerd door steeds iets hoger te gaan zitten, maar om half zeven was het op. Het begin van een lange koude nacht.
De tweede dag ging naar Nocito. Ik verheugde me op een mooi en levendig piepklein dorpje mèt restaurant en logies. Maar eerst moest ik uit mijn tent, ontbijten en opbreken. Het had wederom flink gevroren en deze keer had ik er ook rommelig van geslapen. Bij de onrustige wakker-momenten heb ik wel genoten van de ongelooflijke sterrenhemel, van de roep van de bosuil en van de fluitende vogeltjes in de vroege ochtendschemer. Gelukkig kwam de zon al om acht uur (eindelijk!), maar omdat ik naast een naaldbos(je) stond bleef het een smalle strook. Mijn tent had een laag rijp die dus niet vanzelf verdampte en die ik probeerde af te schudden ten koste van pijnlijke handen van de kou.
De wandeling naar Nocito ging door een prachtig bos, beginnend bij de oversteek van het riviertje en langs de waterval Salto de Cardito. Veel op en neer en langs (bijna) verlaten dorpjes Used en Bentué de Nocito. Bij de Santuario de San Urbez had ik pauze voordat ik naar Nocito afdaalde.
Daar kon ik bij restaurant Ortas Albas meteen aanschuiven voor het middagmaal. En daarna naar mijn kamer, om te douchen en mijn natte tentspullen uit te hangen. Fris en schoon heb ik mezelf nog getrakteerd op een cortado en genoten van het uitzicht op de Peña Guara. Morgen rustdag!


















































