Ik ben dit blog ooit begonnen bij mijn eerste sabbatical in 2008 (Bolivia, Peru en GR11) en heb hier ook verslag gedaan van de 2000 km GR7 (2016). Voor de talloze kleinere tochten van 1-4 weken die ik jaarlijks doe, heb ik niets vastgelegd, en helaas ook niet van de bijzondere als de JMT en een stukje PCT. Ik gebruik dit weblog nu als ik de tocht de moeite vind. Recent was dat voor de Camí de Cavalls op Menorca (2024) en de laatste 650 km van de GR10, die van Valencia naar Lissabon (2025). Vanaf januari 2026 staat de GR1 op het programma: van Sant Martí de Empúries aan de Middellandse Zee naar Puerto de Tarna in de Picos de Europa.

donderdag 26 maart 2026

Loarre

Een kort tripje van Bolea naar Loarre, tweeënenhalf uur. Ik heb eerst nog rustig kunnen ontbijten in de bar van Casa Rufino voordat ik vertrok. De route ging overwegend over landweggetjes tussen boomgaarden van olijf en amandel. Lekker relaxt.






































Ik heb een hotel midden in het dorp. Daar hou ik het bij. Het kasteel van Loarre schijnt de moeite van het bezoeken waard te zijn. Maar die moeite ga ik niet doen.

Het waait hier trouwens hard (en dat zal het nog een paar dagen doen). Het bijzondere is dat hier de elektriciteit uitvalt als het hard waait. Dat was gisteren in Bolea al zo, met langdurig knipperende lichten als gevolg, en nu in Loarre.

woensdag 25 maart 2026

Uit de bergen naar de vlakte

Vandaag moest ik Arguis-Bolea doen. Op papier in ieder geval een stuk zwaarder dan de afgelopen opgeknipte dagen. De taxi kwam om 7.20 uur en ik was dus ook nog voor 8 uur in Arguis op pad. Omdat ik in Bolea had geslapen en daar weer terug zou komen, kon ik mijn rugzak ook lekker licht houden. Daarom viel het allemaal erg mee.














































De aanloop vanuit Arguis en het klimmetje langs de Pico Peiró door het beukenbos naar de Collado de Sarramiana als hoogste punt, was in 2,5 uur gepiept. 










































De afdaling van totaal bijna 1000 m had veel gezichten: eerst langdurig flauw hellende pista, na de Pozo de Nieve (sneeuwkuil) een grotendeels venijnige afdaling van 450 m door het bos over rotspad met losse stenen, en tot slot een net iets te lange grindweg naar Bolea. Maar ik stond om 14.00 uur onder de douche! 









Het is na de Sierra de Guara bijzonder om in Bolea in een laagvlakte terecht te komen. Andere temperaturen ook: de rozemarijn bloeide op de lagere hellingen volop! En bij Bolea waren de amandelbomen ook weer groen.












dinsdag 24 maart 2026

Het is weer taxitijd

In Arguis, mijn eindpunt van vandaag, is geen bal te beleven. Dat geldt wel voor de volgende etappefinish, Bolea. Daar is horeca en had ik een kamer voor weinig gereserveerd. Dus had ik weer een taxi geregeld die mij in Arguis ophaalde en naar Bolea bracht. 

Maar eerst de wandeling ...














Onderweg, kort na vertrek, werd de show gestolen door de Gradas de Rio Flumen, met een trapsgewijs rivierbed in prachtige kleuren.
















Via Belsué (5 inwoners) was het verder gewoon doorstappen naar het hoogste punt, Meson Nuevo (leegstaand wegrestaurant uit vroeger tijden). Daar heb ik even uit de wind gepauzeerd. Boven de snelwegtunnel langs ging de afdaling naar Arguis, aan het stuwmeer met dezelfde naam. Eindpunt van een makkelijke dag. 






maandag 23 maart 2026

Slapen in een kerkje met (vleer)muis

Vandaag slaap ik in het kerkje van Santa Maria de Belsué. Prachtig uitzicht naar alle bergen rondom en waar ik vandaan kwam. 




















De afstand van Nocito naar Arguis had ik in tweeën geknipt. De kortere afstanden bevallen me wel. Zeker als het alternatief is dat ik anders tot het gaatje moet gaan. Mooie wandeling vanuit Nocito. Na de meeste stijgmeters heb ik gepauzeerd bij het prachtige riviertje in Barranco de Alaña en kort daarna in Lúsera. Dit verlaten bouwvallige gehucht wordt nu weer tot leven gewekt door een projectontwikkelaar. 

Het eindpunt had ik vooraf al bedacht, vlakbij Rio Flumen bij Santa Maria de Belsué. Bedoeld was om daar ergens mijn tentje neer te zetten. Maar tot mijn verrassing staat tussen de ruïnes het kerkje nog overeind, met wat bruikbare piepkleine ruimtes, zoals een binnenplaatsje en een kamertje van 2x2 meter. Omdat er een koude wind staat heb ik daar een mooi beschut slaapplekje ingericht.



















Naschrift

Eenmaal liggend in het donker hoorde ik geklapper en ander geluid. Het was een vleermuis. Ik had wel visioenen dat het hele plafond in mijn gewelfde 'kamertje' vol met vleermuizen kwam te hangen, maar vanwege mijn rust heb ik die gedachte maar geparkeerd. Later in de nacht hoorde ik vlakbij mijn hoofd een muis ritselen. Na een "kssss" was ie weg. Gelukkig had ik sowieso mijn eten goed ingepakt.

Het was (toch weer te) koud. In de ochtend bij het ontbijt bracht de zon weer heerlijke warmte.


zaterdag 21 maart 2026

Relaxt in twee dagen naar Nocito

Gelukkig kon het ook weer eens makkelijk. Ik ging in twee dagen van Rodellar naar Nocito en dat was erg relaxt. Beide dagen waren om verschillende redenen ook prachtig.





















De eerste dag begon ik vanuit Rodellar af te zakken naar de Rio Mascún. Dan zit je al in de kloof. Voor het eerst trof ik mensen op mijn pad, maar ik zat dan ook nog dicht bij het toeristische Rodellar. Ik moest meteen het riviertje over, waarbij mijn schoenen uit moesten. Daarna kon ik een paar keer stenen hoppen naar de overkant en de laatste keer koos ik ervoor over een rots te klauteren. Alles behalve weer schoenen wisselen!  

Het is een bijzonder landschap, midden in de kloof. Tussen de wanden ging het daarna over een prima rotspad zigzag omhoog. Er lag een verongelukt klein geitje dat nog niet had begrepen dat ie niet te dicht bij de rand mocht komen.

























Eenmaal weer in een landschap met uitzicht en voorbij de prehistorische dolmen, was het wandelpad ook een glooiend makkie. Bij het kerkje van het verlaten dorp Nasarre heb ik gepauzeerd met uitzicht op de besneeuwde Pyreneeën. Op het kerkhof lag sinds 1962 Roman Laliena Monclus begraven.























De afdaling naar Bara zou ik afsluiten met het oversteken van een volgend riviertje. Helaas ging het daar even mis: ik gleed uit op de gladde oeverstenen. Niets ergs, behalve wat nattigheid en wat modder op mijn rugzak. Na een korte droogpauze liep ik nog een laatste stukje naar mijn beoogde slaapplek, bij de Barranco del Cardito en het gelijknamige riviertje. Erg mooi! En nog genoeg zon om mijn sokken te drogen. Ik heb zo lang mogelijk van de zon geprofiteerd door steeds iets hoger te gaan zitten, maar om half zeven was het op. Het begin van een lange koude nacht.











De tweede dag ging naar Nocito. Ik verheugde me op een mooi en levendig piepklein dorpje mèt restaurant en logies. Maar eerst moest ik uit mijn tent, ontbijten en opbreken. Het had wederom flink gevroren en deze keer had ik er ook rommelig van geslapen. Bij de onrustige wakker-momenten heb ik wel genoten van de ongelooflijke sterrenhemel, van de roep van de bosuil en van de fluitende vogeltjes in de vroege ochtendschemer. Gelukkig kwam de zon al om acht uur (eindelijk!), maar omdat ik naast een naaldbos(je) stond bleef het een smalle strook. Mijn tent had een laag rijp die dus niet vanzelf verdampte en die ik probeerde af te schudden ten koste van pijnlijke handen van de kou.




































De wandeling naar Nocito ging door een prachtig bos, beginnend bij de oversteek van het riviertje en langs de waterval Salto de Cardito. Veel op en neer en langs (bijna) verlaten dorpjes Used en Bentué de Nocito. Bij de Santuario de San Urbez had ik pauze voordat ik naar Nocito afdaalde. 












Daar kon ik bij restaurant Ortas Albas meteen aanschuiven voor het middagmaal. En daarna naar mijn kamer, om te douchen en mijn natte tentspullen uit te hangen. Fris en schoon heb ik mezelf nog getrakteerd op een cortado en genoten van het uitzicht op de Peña Guara. Morgen rustdag!