Vandaag stond er weer een nieuwe kloof op het programma, de Congosto de Lo Entremón. Maar eerst moest ik door het koude water van oude bekende Rio Usía heen. Dat was gelukkig op maar 300 meter van El Humo de Muro, dus ik was daar al op Crocs en met opgestroopte broek van start gegaan met mijn schoenen goed ingepakt bovenop mijn rugzak. Het water was ijskoud en bijna pijnlijk, maar ik had met vertrek expres gewacht tot de nevel weg was en ik na de oversteek in de zon kon drogen.
Daarna volgde de klim door mooie bossen totdat ik de vallei uit was en al snel de Embalse de Mediano kon zien. Daarin stak het topje van de kerktoren van het in 1969 verdronken dorp Mediano nog net uit. In drogere tijden is er veel meer van te zien. Ter illustratie heb ik nog twee foto's van het net geplukt.
Onderweg buiten het bos zag ik de rozemarijn en de brem heel pril tot bloei komen. De brem rook ik zelfs eerder dan dat ik ze zag.
Ik moest eerst nog langs de stuwdam en drie tunnels door voordat ik bij de Congosto de Lo Entremón aankwam, waar in de diepte de Rio Cinca doorheen stroomt.
De Entremon-kloof was van een andere orde dan de Congost de Montrebei. Kon ik daar tamelijk onbevreesd doorstappen, bij deze moest ik toch echt goed mijn aandacht erbij houden. Eerlijk gezegd was ik blij toen ik er doorheen was.
Na 3,5 uur kon ik eindelijk even pauzeren. In Ligüerre de Cinca kon ik zelfs op een bankje zitten en konden de schoenen uit.
Het mooi gerestaureerde gehucht ziet er prachtig uit, maar wordt alleen nog gebruikt voor bruiloften en partijen. Geen logies of horeca voor vreemde snuiters meer.
Omdat ik een uur verder ook in Meson de Ligüerre de campingbar gesloten aantrof, ben ik nog maar een uur doorgelopen naar Samitier, waar ik de bus naar Aínsa heb genomen voor regenpauze en twee luxe uitrustdagen.

















































