Ik ben dit blog ooit begonnen bij mijn eerste sabbatical in 2008 (Bolivia, Peru en GR11) en heb hier ook in 2016 van mijn tweede, met 2000 km GR7, verslag gedaan. Voor de talloze kleinere tochten van 1-4 weken vond ik het de moeite niet. Nu ik geen sabbaticals meer nodig heb om te kunnen wandelen (want definitief 'los'), zal ik soms dit weblog weer gebruiken. In 2025 maak ik naast diverse kortere wandeltochten, zoals ongetwijfeld in de Pyreneeën, ook een lange tocht. Tenminste dat is de bedoeling: ruim 700 km van de GR10 (die van Valencia naar Lissabon). Dan ben ik meer 'landloper' dan bergwandelaar. Ik ben gestart in Oter (Guadalajara), waar ik in 2022 ben geëindigd en hoop te komen tot de Portugese grens. Misschien wel mijn laatste lange tocht.

zaterdag 29 maart 2025

GR10 - de eerste dagen in 2025














De GR10 tussen Oter (Guadalajara, Castilla La Mancha) en de Portugese grens


Mijn start moest ik een paar dagen uitstellen, vanwege de aanhoudende regen. Borrasca Martinho was de vierde in een paar weken tijd, waarin heel Spanje gebukt ging onder overvloedige regen. Ik had een goed hostal (twee zelfs) in Cifuentes en met WiFi was het uit te houden. En er was een leuk café-restaurant Soraya voor een smakelijk menu del día. Maar ik was blij dat het droog werd. 











Dinsdag 25 maart

Voor mijn eerste wandeldag vanuit Oter heb ik het mezelf makkelijk gemaakt en 4 kilo aan eten in Cifuentes gelaten. Het was immers met 10 kilo rugzak wel genoeg voor een eerste dag met 24 km en pakweg 650 hoogtemeters, plus en min. Ik heb mezelf naar het beginpunt laten brengen door de taxichauffeur die mij daar ook in 2022 had opgehaald. Na een maand van regen was het zo nu en dan ook erg onvermijdbaar modderig. Verder was het erg mooi en het was heerlijk om weer buiten te zijn. Een leuke herinnering was dat ik van een afstand een roedel wilde zwijnen over een veld zag wegvluchten voor mij, een stuk of vijf volwassen beesten en een boel kleintjes die erachteraan hobbelden, zo schattig!














Woensdag 26 maart

De tweede wandeldag ging via Moranchel en Las Inviernas naar El Sotillo, allemaal gehuchten van 40-100 inwoners. De extra kilo's aan meegebracht eten voelde ik wel; ik had totaal met water 14 kilo, zeg maar ruim een kwart van mijn lichaamsgewicht

Bij Las Inviernas hadden ze speciaal voor mij een stoel klaargezet om op te pauzeren. De zon ging ook nog schijnen! Vlak voor El Sotillo moest ik trouwens een riviertje doorwaden, dus schoenen uit, Crocs aan en voorzichtig door het snelstromende water (want ik had mijn extra Crocsbandjes thuisgelaten, stom...).

Nadat ik in het dorp bij de bron genoeg water had verzameld liep ik in tien minuten naar de prachtige kampeerplek tussen de bomen net voorbij het dorp. 

's Nachts hoorde ik vlakbij herten blaffen. Sporen had ik al volop gezien. De hemel was helder met duizend sterren. Altijd weer een cadeautje als je uit je tent moet. 



















Donderdag 27 maart 

De volgende ochtend was het bewolkt. Het was vies koud en winderig. Ik voelde me ook nog behoorlijk verkouden en het lopen viel me zwaar.  Het werd ook al snel een modderfeest langs een riviertje. In Navalpotro besloot ik de landschappelijk oninteressante route via Fuensaviñan over te slaan en te gaan liften naar Torremocha del Campo aan de A2. Ik had geluk met de vrachtwagen die me oppikte. Dat bracht de wandeldag terug tot een behapbare 15 km. In Torremocha heb ik eerst in een truckerscafé een dagmenuutje gegeten voordat ik mezelf weer voortsleepte richting Pelegrina. Om precies te zijn naar het Parque Natural Barranco del Rio Dulce.

Mijn tent heb ik opgezet aan de oever van de Rio Dulce. Mag niet, maar er was ook echt niets anders. Om 18.00 ben ik in mijn tent gekropen.














Vrijdag 28 maart

Ik heb tot 7.00 uur geslapen. Het had gevroren. Vlak boven me hoorde ik herten langdurig blaffen. Ik vroeg me af of dat met mijn aanwezigheid te maken had. Ik ben meteen aan de slag gegaan om zo snel mogelijk mijn kampeersporen te wissen. In het nabijgelegen dorp Pelegrina heb ik op een bankje in de zon mijn muesli met thee weggewerkt

De route langs de Rio Dulce was werkelijk prachtig, in ieder geval voor zover deze door de bossen liep. Vanaf Aragosa was het niet alleen landschappelijk iets minder, maar vooral verging mij de lol vanwege het aanhoudende geworstel met modder. Door de overvloedige regen had de Rio Dulce tot ver buiten de oevers gelegen, zo te zien zeker 20 meter verder en anderhalve meter hoger. De zandweg en velden waren nog dusdanig verzadigd met water dat je er niet zonder natte voeten langs kwam. Wat een getob! Ik besloot daarom vanaf Villaseca de Henares het laatste stuk naar Matillas de Rio Dulce te laten voor wat ie was en over de autoweg te lopen. Voor de laatste 2 km kreeg ik zelfs een lift. Maar goed ook, want ik was best kapot. En ik had ook nog een (voor mij zeldzame) blaar onder mijn voet.