Ik ben dit blog ooit begonnen bij mijn eerste sabbatical in 2008 (Bolivia, Peru en GR11) en heb hier ook verslag gedaan van de 2000 km GR7 (2016). Voor de talloze kleinere tochten van 1-4 weken die ik jaarlijks doe, heb ik niets vastgelegd, en helaas ook niet van de bijzondere als de JMT en een stukje PCT. Ik gebruik dit weblog nu als ik de tocht de moeite vind. Recent was dat voor de Camí de Cavalls op Menorca (2024) en de laatste 650 km van de GR10, die van Valencia naar Lissabon (2025). Vanaf januari 2026 staat de GR1 op het programma: van Sant Martí de Empúries aan de Middellandse Zee naar Puerto de Tarna in de Picos de Europa.

vrijdag 29 april 2016

Zo, dat hebben we gehad ...

... en wat mij betreft nooit meer! Ik heb na Vallada drie dagen achter elkaar gelopen in etappes van ieder ruim 30 kilometer en circa 1000 hoogtemeters. De beperkte aanwezigheid van waterpunten tussen Vallada en Cortes de Pallas maakte dat er weinig anders op zat dan het zo te plannen. En voor de lange dagen droeg ik meer water bij me dan gebruikelijk. Samen met vier dagen eten had ik bij start dus een zware rugzak van circa 18 kilo. Verbazingwekkend dat mijn GPS- ontvanger desondanks een gemiddelde loopsnelheid van 4,5 kilometer per uur aangaf. Taaie tante... al zeg ik het zelf. Maar kùnnen is nog geen willen. Ik kies liever voor kortere dagafstanden met meer tijd voor lanterfanten, genieten en niets hoeven.

Vallada - Casas Benalí
De eerste dag moest ik naar Casas de Benalí, maar door gebrek aan water daar ben ik vlak voor dit etappe-einde 4 kilometer van de route af gelopen voor een kampeerplek met water.
















Na de gebruikelijke aanloop vanuit een dorp over asfalt ging de eerste helft door de Barranc de Boquilla. Daarna liep ik op een hoogvlakte naar de Casa de los Calderones.

Over een duidelijk recent vrijgemaakt pad (diverse blogs spraken van overwoekering) dook ik weer de diepte in en in de slotfase moest ik die meters weer terugwinnen in de steile klim na Casa de la Garañonera, waarvan de honden mij nog lang nablaften. De extra kilometers vanaf de officiële GR7 vlak voor Casas Benalí werden beloond met een prachtplekje voor mezelf op Area Recreativa Fuente Huesca.

Casas Benalí - Collado Caroche
Zoals gisteren en wel vaker moest ik ook nu twee keer op een dag fors omhoog, waarvan de tweede keer altijd zwaarder valt, eind van de middag en op het heetst van de dag.


Vanaf de Benalí-huizen zakte ik naar de Rio Grande (wel Grande en veel Oleanders, maar weinig Rio) en moest ik vervolgens weer omhoog. Op 900 meter na circa 3 uur een eerste pauze met uitzicht. Na nog een laatste stuk stijgen volgde een oneindig lange slinger naar beneden over bijna witte wegen (lekker heet door de reflectie!) tot in de volgende barranco, waar het helemaal een stoofpot was.
Het doel deze etappe was de col direct achter de rotswand in de verte. Vanwege de warmte moest de tweede pauze voorafgaand aan de weg omhoog dus echt wel in de schaduw. Alsof ik nog niet genoeg te lopen had, maakte ik ook nog een eigenwijze en verkeerde inschatting van de route en liep ik ik per ongeluk naar het topje van Pico Caroche, met het mooie nieuwe gebouwtje van de bosbrandbewaking.







Ik had als beloning een goddelijk plekje direct naast de Fuente Caroche, met mooie uitzichten, op Casa Montoya en het waterreservoir en op de verre vertes. En ik zag een berggeit met grote horens.















Collado Caroche - Cortes de Pallas
De derde dag leek een makkie, lekker  afzakken over pista naar Cortes de Pallas. Dat kon natuurlijk ook niet waar zijn. Na Collado Bayart volgde mijn bijna dagelijse portie asfalt naar de al snel zichtbare vlakte met olijfboomgaarden.











Om het leed voor mijn voeten te onderbreken had ik een heerlijke eerste pauze bij Casa del Maestro. Daarna volgden de onverharde landweggetjes die de contouren van de wand van de Muela volgden.








Het duurde lang voordat ik zelfs maar aan Cortes de Pallas mocht denken, maar opeens was daar het stuwmeer, turquoise zoals het hoort! Majestueus stond aan de overzijde bovenop de rotsen het Castillo de Chirel. Het was nog wel een flinke laatste portie die ik te verhappen kreeg, met veel op en neer. Maar het was een mooi pad, ik kwam weer een hert tegen en de uitzichten waren prachtig. Uiteindelijk kwam ik onder dreiging van regendruppels met een slotklim bij de asfaltweg naar Cortes. Een dik half uur later kon ik me melden bij Hostal Chema, een familiebedrijf met lekker eten.