Ik ben dit blog ooit begonnen bij mijn eerste sabbatical in 2008 (Bolivia, Peru en GR11) en heb hier ook verslag gedaan van de 2000 km GR7 (2016). Voor de talloze kleinere tochten van 1-4 weken die ik jaarlijks doe, heb ik niets vastgelegd, en helaas ook niet van de bijzondere als de JMT en een stukje PCT. Ik gebruik dit weblog nu als ik de tocht de moeite vind. Recent was dat voor de Camí de Cavalls op Menorca (2024) en de laatste 650 km van de GR10, die van Valencia naar Lissabon (2025). Vanaf januari 2026 staat de GR1 op het programma: van Sant Martí de Empúries aan de Middellandse Zee naar Puerto de Tarna in de Picos de Europa.

zondag 9 maart 2008

4. De Mercado Central is de markt, maar net zoals in andere mediterrane of latijnsamerikaanse landen is die niet ambulant. Het is een hal gecombineerd met min of meer vaste kraampjes buiten. De gangbare zaken zijn er te koop, zoals fruit en groente, vlees en kaas, maar aan de binnenplaats met de aardappelen is er ook een hele batterij vruchtensapstalletjes te vinden. Verder heb je er "de Blokker" en "de Etos" en dan bedoel ik de concentratie van piepkleine stalletjes met drogisterijwaren en huishoudelijke artikelen. Voor een vloerwisser, plastic zakjes of een dweil zijn er ook echt geen winkels, daarvoor moet je naar de Mercado Central.









3. De micro´s zijn ondanks hun tempo toch wel een erg leuke manier om tussen Boliviano´s te zijn. Je legt je neer bij de snelheid en geniet van alles om je heen. Meestal zijn de busjes stampvol en zolang je zelf maar een zitplaats hebt, is dat alleen maar leuk.Je ziet van alles, van piepjonge schoolkinderen met hun rugzakjes tot campesinas, zwaarbeladen met hun koopwaar, de producten van het land. Vooral lijn G naar mijn werk is kleurrijk. Omdat de micro door echte volkswijken gaat en door de Mercado Campesino, waar hij enige tijd stilstaat tussen de kraampjes, is er altijd veel te zien, mensen en spullen.
2. Het eten is een waar genot. Niet alles, want ik ben buiten Whopper en biefstuk geen echte vleeseter, en daar houden ze hier juist wel van. Maar er is genoeg om van te genieten. De dikke gevulde soepen zoals de Sopa de Choclo (van dikke mais), de salteñas (pasteitjes), de verse vruchtendranken en al het heerlijke verse fruit. De omgeving is een vallei met een uitstekend klimaat voor allerlei soorten fruit. Vrijdag kocht ik op de markt papaya, chirimoya, vijgen en mango. En ik heb ook al naar hartelust guayabas gegeten!
1. Met stip op één: de mensen van Bolivia. Ik voel me hier erg op mijn gemak. Nooit wordt je aangegaapt, nooit voel ik me ongewenst of onveilig. En het persoonlijke contact is altijd even hartelijk. Verder vind ik Bolivianen ook mooi! Ik hou nou eenmaal meer van een bruine huid en zwart haar. Jonge indigenas met hun lange zwarte haar in vlechten of de wat lichtere mestizos (met Spaans bloed), kinderen met hun mooie koppies ... Natuurlijk is niet iedereen even mooi, en natuurlijk zijn ze relatief klein, maar gemiddeld genomen vind ik Bolivianen wel aangenamer om naar te kijken dan Nederlanders. En zelfs, lieve Latjes, zie ik elke dag wel een paar knappe gozers die een stuk groter zijn dan ik.