3. De micro´s zijn ondanks hun tempo toch wel een erg leuke manier om tussen Boliviano´s te zijn. Je legt je neer bij de snelheid en geniet van alles om je heen. Meestal zijn de busjes stampvol en zolang je zelf maar een zitplaats hebt, is dat alleen maar leuk.Je ziet van alles, van piepjonge schoolkinderen met hun rugzakjes tot campesinas, zwaarbeladen met hun koopwaar, de producten van het land. Vooral lijn G naar mijn werk is kleurrijk. Omdat de micro door echte volkswijken gaat en door de Mercado Campesino, waar hij enige tijd stilstaat tussen de kraampjes, is er altijd veel te zien, mensen en spullen.
2. Het eten is een waar genot. Niet alles, want ik ben buiten Whopper en biefstuk geen echte vleeseter, en daar houden ze hier juist wel van. Maar er is genoeg om van te genieten. De dikke gevulde soepen zoals de Sopa de Choclo (van dikke mais), de salteñas (pasteitjes), de verse vruchtendranken en al het heerlijke verse fruit. De omgeving is een vallei met een uitstekend klimaat voor allerlei soorten fruit. Vrijdag kocht ik op de markt papaya, chirimoya, vijgen en mango. En ik heb ook al naar hartelust guayabas gegeten!
1. Met stip op één: de mensen van Bolivia. Ik voel me hier erg op mijn gemak. Nooit wordt je aangegaapt, nooit voel ik me ongewenst of onveilig. En het persoonlijke contact is altijd even hartelijk. Verder vind ik Bolivianen ook mooi! Ik hou nou eenmaal meer van een bruine huid en zwart haar. Jonge indigenas met hun lange zwarte haar in vlechten of de wat lichtere mestizos (met Spaans bloed), kinderen met hun mooie koppies ... Natuurlijk is niet iedereen even mooi, en natuurlijk zijn ze relatief klein, maar gemiddeld genomen vind ik Bolivianen wel aangenamer om naar te kijken dan Nederlanders. En zelfs, lieve Latjes, zie ik elke dag wel een paar knappe gozers die een stuk groter zijn dan ik.