
De afgelopen vier dagen heb ik een geweldige rondtour in een 4x4 gemaakt samen met drie Amerikanen. Wat bekend staat als het zuidwestelijke circuit geeft het mooiste dat de Boliviaanse Andes aan landschappen te bieden heeft.

Van de subtropische westernachtige omgeving van Tupiza tot de mooie desolate weidsheid van de Altiplano, van stomende geisers en borrelende zwavelbronnen tot talloze meren en een paar zoutvlaktes. Behalve in het begin zaten we steeds tussen de 4000 en 5000 meter.

Door motorpech de tweede dag ´s ochtends vroeg hebben we een dag wachtend doorgebracht in San Antonio de Lípes. Maar die tijd moesten we later natuurlijk wel inhalen! Vlak voor zonsondergang vertrokken we weer. We bonkten door het donker in onherbergzaam gebied, over steile hobbelige bergweggetjes en door riviertjes. Ver na tienen kwamen we bij onze slaapplaats aan, om elf uur konden we aan het avondeten beginnen en om vier uur moesten we weer opstaan!




Een dag in San Antonio doorbrengen was verder natuurlijk ook best leuk. Ook in Alota, onze laatste slaapplaats, heb ik genoten van de optocht van Carnaval. Het feestgezelschap trok door het dorp en bleef op diverse plaatsen staan om te dansen en wat te drinken te krijgen. Bij Hospedaje Los Andes, ons logeeradres, bleef de groep lange tijd op de binnenplaats dansen en kreeg onze gastvrouw in een ceremonie een soort eerbetoon. Er vloeit veel alcohol, bier natuurlijk, maar vooral hele sterke drank. Ik ben er nog niet precies achter, maar de festiviteiten in deze streek lijken ook erg op een soort offerfeest, voor Pachamama bijvoorbeeld, Moeder Aarde.




Ik heb tijdens dat feestje op onze binnenplaats in Alota met een hele groep kinderen om me heen zitten kletsen. Tijdens het Carnaval is ´globar´ hun grootste lol: het gooien naar anderen met ´globos´, met water gevulde balonnetjes, of schieten met watergeweren.
In San Antonio hebben we met een paar kleine kinderen op een onschuldiger manier met globos gespeeld.

De klap op de vuurpijl had de zoutwoestijn Salar de Uyuni moeten zijn. Door La Niña en de meer dan normale neerslag dit jaar (dorpen in de laaglanden van Bolivia zijn overstroomd of geïsoleerd geraakt door de overvloedige regen) was de zoutvlakte bedekt met een halve meter water, eerder Lago de Uyuni dus. Er was niet alleen visueel niets te beleven met dat landschap, maar de zoutwoestijn was ook te gevaarlijk om met de auto te doorkruisen door een moeilijke oriëntatie en het risico op vastlopen in de ondergrond.

Tot slot zijn we in Uyuni naar de Cemeterio de los Trenes gegan, de laatste verblijfplaats van oude treinstellen. Voor een liefhebber als ik van het fotograferen van verval en roest was het een waar lustoord, waar ik mijn hart kon ophalen.
De vierdaagse tocht was al met al zwaar en we kregen weinig slaap, maar was door de fantastische landschappen en het meemaken van het dorpsleven een onvergetelijke ervaring, zelfs zonder de Salar de Uyuni.